·
Was je handen en maak de ingang en binnenkant van je vagina
nat met wat spuug, zodat de tampon er makkelijker
inglijdt.
·
Haal de tampon uit het plastic en trek aan het draadje
om te zien of het goed vastzit.
·
Doe je benen wijd, plaats de tampon op je wijsvinger en
houdt hem recht met je duim en middelvinger.
·
Houd je schaamlippen
van elkaar en duw de tampon met je wijsvinger in je vagina totdat hij
niet dieper kan. Je vagina loopt schuin naar je rug; duw dus in de goede
richting.
·
De tampon zit goed als je hem niet meer voelt. Voel je
hem nog, duw hem dan wat dieper naar binnen.
·
Vergeet nooit aan het eind van je menstruatie
de laatste tampon eruit te halen.