Hoe
reken je uit wat jouw vruchtbare periode is?
1.
Je moet meer dan een half jaar lang in je agenda de dag noteren
waarop je ongesteld wordt.
2. Achteraf kijk je wat je kortste cyclus was (het kleinste aantal
dagen tussen twee menstruaties in) en de langste (het grootste aantal
dagen).
Laten we Barbara als voorbeeld nemen. Het afgelopen
half jaar noteerde zij: 28 dagen, 30 dagen, 29 dagen, 32 dagen, 31 dagen
en 29 dagen. De korste cyclus was dus 28 dagen, de langste cyclus was
32 dagen.
3.
Je neemt het aantal dagen van je kortste cyclus en trekt daar
18 vanaf. Dit is de ondergrens.
Voor Barbara is dat 28-18=10.
4.
Je neemt het aantal dagen van je langste cyclus en trekt daar
11 van af. Dit is de bovengrens.
Voor Barbara is dat 32-11=21.
Lees verder