·
Op het moment dat een meisje wordt geboren, zitten er in
elk van haar eierstokken 200.000
eicellen.
·
Een eicel is ontzettend klein, niet veel meer dan 0,1 millimeter.
·
Vanaf de puberteit rijpt elke maand één eicel. De 'eisprong'
is het moment dat deze rijpe eicel wordt uitgestoten door de eierstok.
·
Als op het moment van de eisprong een zaadcel in de eileider
aanwezig is, kan een bevruchting
plaatsvinden. Als dat niet binnen 48 uur gebeurt, sterft de eicel.
·
In de eicel ligt het genetisch materiaal opgeslagen dat,
samen met het genetisch materiaal van de zaadcel
, bepaalt hoe het kind eruit zal zien.
|